Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je vergeet Mainz, goede Geert! Je moet wat verstandig leeren denken," zei Wolfaard. „Komaan, we vervolgen onzen weg. Waarheen, meester Otto ?"

„Naar Katwijk," antwoordde deze, die voorloopig zich in de zaak schikte. Later zou hij wel zien, wat hem te wachten stond. „Naar Katwijk, en dan langs het strand naar Noordwijk. Volgt mij, ik ga je voor!"

Weldra was het viertal nu bij Katwijk op het strand en vervolgde den weg naar Npordwijk.

ZESDE HOOFDSTUK. Een vos in de klem.

Graaf Willem II van Holland, Zeeland en West-Friesland, verkoren roomsch-koning, was niet zoo spoedig de man, die hij wel had willen zijn. Hoe ook gesteund door zijn machtige bloedverwanten en eenige Duitsche kerkvorsten, door den koning van Bohemen en door den paus, vond de jonge koning in Duitschland zelf een machtigen tegenstand, want de meeste Duitsche vorsten bleven keizer Frederik en koning Koenraad getrouw. Dertig jaar reeds had keizer Frederik den schepter gevoerd en daar hij een zeer schrander en geleerd man was, zoo was hij doorkneed iri alle staatkundige zaken. Hij wist door allerlei berekende handelingen de vorsten aan zich te verbinden. Hij wist, wat hij om dezen te winnen, doen, en om dien aan zich te verbinden, laten moest. Dat alles wist de onervaren jonge graaf van Holland niet. Wrelk een helder verstand hij had, hij moest zich door anderen laten leiden. Volleerd en dapper in den krijg was keizer Frederik eveneens, en niet minder was dat zijn zoon koning Koenraad. Terwijl keizer Frederik in Italië den oorlog tegen den paus voerde, voerde koning Koenraad dien in Duitschland tegen koning Willem en diens aanhang.

SI

Sluiten