Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

Machtige steden, aan den Rijn gelegen en bovendien ook Aken, waren in Koenraads macht en wilde Willem zijn verkoren roomsch-koningschap tot een .werkelijk roomsch-koningschap verheven zien, dan moest hij zich eerst binnen Aken laten kronen. Het is dus geen wonder, dat het innemen van Aken het eerste doel was van den strijd tegen de Hohenstaufen, vader en zoon. Al dadelijk was koning Willem in de groote moeielijkheid van geldgebrek gewikkeld en om hieraan zoo goed mogelijk een einde te maken, verleende hij aan veel steden in zijn graafschappen aanzienlijke voorrechten en toen de voordeden hieraan voor hem verbonden, nog niet instaat bleken te zijn om het geldgebrek op te heffen, verpandde hij Nijmegen en het heele Rijk van Nijmegen, die rechtstreeks tot Duitschland behoorden en dus onder den keizer stonden, aan graaf Otto van Gelre. En thans, bijgestaan door het geld, dat hij van den paus en eenige Duitsche vorsten ontving, verzamelde hij een machtig leger, en begon Aken te belegeren. Om deze stad, dïe een zeer talrijke bezetting had, en bovendien zeer sterk was, in te nemen, was zijn leger niet groot genoeg. Insluiting der stad was dus vooreerst het eenige, wat er te doen was, doch daar men in Aken aanvankelijk goed voorzien was van krijgsen mondvoorraad, zoo zagen de Akenaars de insluiting rustig aan.

Toen nu de paus bemerkte, dat de zaken niet vorderden, liet hij tegen keizer Frederik en zijn aanhang in heel Duitschland het kruis prediken, dat wil zeggen, men werd uitgenoodigd om tegen den algemeenen vijand des geloofs te gaan strijden, zooals de Kruisvaarders eenmaal tegen de Turken streden.

Dat hielp en tegen het einde van den zomer van het jaar 1248 kwam nu van alle kanten hulp opdagen.

-Wanneer een stad of een burcht goed versterkt was, kon men in de Middeleeuwen met een kleine legermacht vrij gemakkelijk een groot leger weerstaan, omdat men toen de kunst nog niet verstond om in de zware muren bressen te schieten. In de meeste gevallen wist men dan ook al niet beter te doen dan, als de stormen afgeslagen waren, de stad of de burcht te belegeren.

Sluiten