Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

„Zend mij toch eenig bericht, vooral uit het land van Vlaanderen," had koning Koenraad heer Ogier laten vragen. Maar het laatste bericht, dat deze van Otto ontvangen had, was uit Friesland geweest en dat was een gunstig bericht voor koning Willem. Sterke benden Friezen, die thans voor Aken lagen, bewezen, dat Otto waarheid gesproken had. Maar nu al vier maanden lang had hij niets vernomen, Dat kon zoo niet langer. De heer van Berkenheim moest zich van dien Otto ontdoen. En dan? Otto wist immers, welk een lage rol hij, heer Ogier, speelde ? Zond hij hem weg, dan zou Otto uit wraak alles bij koning Willem aanbrengen. En het gevolg zou zijn, dat hij doodarm worden zou, want koning Koenraad had hem uit zijn leger weggezonden met de boodschap: „Heer Ogier, als ridder kunt ge mij niet dienen. Keer tot de uwen en dien mij enkel met uw hoofd; aan slimheid ontbreekt het u niet."

Dat had koning Koenraad hem gezegd, en zoo Otto nu maakte, dat koning Willem er achter kwam, welk een laaghartige vriendschap en trouw hij, Ogier, er op nahield, dan kon zijn hoofd immers koning Koenraad niet meer helpen ?

Neen, neen, Otto zou hij niet wegsturen. Er waren immers nog dolken te huur en als dat het geval niet was, welnu, de Berkenheim had nog diepe, donkere kelders.

„Otto moet, weg en zal weS! mJ bedriegt mij en leidt mij om den tuin," bromde hij op den morgen van denzelfden dag, dat de vier gezellen in het leger gekomen waren.

In ontevreden stemming verliet hij de tent, die hij met nog vier andere ridders deelen moest. Hij wilde in de naburige bosschen van het dal, waarin Aken lag, zijn verstrooide zinnen wat verzetten, toen een edelknaap uit het gevolg van bisschop Otto, die zijn neef bij het beleg steunde, tot hem kwam.

„Is Uw Edelheid heer Ogier van Berkenheim?" klonk het beleefd.

„Ja, die ben ik. Waarom vraagt gij zoo naar mij ?" v „Er is een oud man gekomen, edele heer, om u te spreken. Wij vertrouwden hem niet, en hielden hem aan de voorposten

Sluiten