Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning" er naar, om de poorters door allerlei voorrechten aan zich te verbinden. Hij geeft aan de Hollandsche en Zeeuwsche steden het eene voorrecht na het andere en het zal zoo lang niet meer duren of wij, edelen, die steeds de eersten in den lande waren, zullen de tweeden zijn. Wat de kruistochten ons aan macht en gezag nog lieten behouden, zullen mannen als de „Water-Koning", ons straks ontnemen. Wat wordt er nu reeds niet een geschreeuw vernomen, als we het halsrecht uitoefenen, en een dorper met een strop om den hals naar de andere wereld zenden!"

„Dat bevoorrechten van de steden ducht ik niet. Het zal al, wat adel heet, tegen den vorst doen opstaan, en ten slotte zal hij in iederen edelman een vijand vinden. In Holland zijn reeds zeer veel edelen, die buitengewoon ontevreden zijn en dat weet ik uit goede bron, want een zekere heer Willem van Teylingen, een edelman van den ouden stempel, heeft het mij verhaald. Maar kom, laten we onze paarden doen zadelen en vertrekken."

De twee vrienden stonden op en weldra waren ze buiten het gezicht van den boer, of van den man, die voor een boer moest doorgaan. Hij was dezelfde met wien heer Herman in gesprek was, voor hij heer Ogier te woord stond.

Wij zullen noch den heer van Berkenheim, noch de roofridders volgen, doch nu we eenmaal in deze oude klooster-ruïne zijn, willen we even met haar bewoners kennis maken.

ACHTSTE HOOFDSTUK. Broeder en Zuster.

De zoogenaamde boer zal dan de eerste persoon zijn met wien we eens nader kennis willen maken. Sterk trekt de begeerte om dat te doen niet aan, want de man heeft een uiterlijk dat niet alleen terstond iemand afstoot, maar ook bevreesd maakt.

80

Sluiten