Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

kleine hoogte gelegen. Ik zie een blonden ridder, dien ik vader noem. Ik zit op zijn knieën, en, ja, duidelijk zie ik het, dat ik grijp naar de vederen op zijn baret, welke door een flonkerenden steen bij elkander gehouden worden. Ik zie een mooie, jonge edelvrouw, die op haar schoot een lief, blond meisje heeft. Dat moet mijn zuster geweest zijn, doch de edelvrouw noemde haar niet Hanne, maar Jolanda en mij noemde men Koenraad! Is dat dan een droom geweest ? Wat droomde ik dan nog meer ? Dat ik ontwaakte in een afschuwelijk hol, waarin een vieze lucht was. Ik riep om hulp, doch niemand kwam. Eindelijk kwam er een man, dat was vader, en die zei: „Sta op, luiaard, ga mee !" Ik volgde hem naar buiten en zag een gezelschap van mannen en vrouwen, die allen zwarte haren en zwarte oogen hadden. Sommige jonge vrouwen waren beeldschoon, doch de oude vrouwen waren leelijk, even leelijk als moeder nu is. Ze spraken een taal, die ik toen niet verstond, doch die ik later leerde, en nu alle dagen thuis spreek. Het meisje, dat ik op den schoot der edelvrouw zag zitten en Jolanda hoorde noemen, was er ook bij, doch ze heette Hanne, en als ik met haar spreken wilde, dan werd mij dit verboden en men zei mij: „Gij moet dat vreemde meisje met rust laten ; zij denkt en peinst!" Was dat dan ook al een droom ? En ons reizen en trekken door landen met hooge bergen, huizen met platte daken en menschen met tulbanden op het hoofd, neen, dat is geen droom, dat is waar, want zie, nauwelijks een jaar of vijf geleden kwam er hevige twist in het gezelschap. Vader en moeder en Jan zonderden zich met ons af, en wij kwamen hier. Mijn arme zuster heet algemeen „Blonde Hanne", en moet voor de edelen waarzeggen. Het geld, dat zij er mee verdient, steken vader en moeder in den buidel, en, arme Hanne, als ze des avonds waargezegd heeft, dan is ze een paar dagen lang zoo vreemd en raar, dat ik bang voor haar ben. En waarom mag ik mij nooit vertoonen, als er edelen of andere menschen zijn? Waarom is het mij verboden naar' Aken te gaan en waarom moet ik mij steeds verschuilen, als ik iemand zie komen ? O, die

Sluiten