Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

Maar eer de keizerskrone

Het hoofd hem drukken zou, Zou alles om hem treuren

En 't graafschap zijn in rouw. , In d' opgang van het leven,

Aan daden, rijk en groot, Zou hij het offer worden

Van al te vroegen dood. Dat zal het leven worden

Het leven, kort en schoon, Van Willem „Duitschlands koning,

Van Hollands gravenzoon."

Het licht in den ijzeren pot verdoofde; het werd donker.

„Laten we gaan, Floris," sprak koning Willem blijkbaar ontroerd. „Als zij de waarheid gesproken heeft, dan hoop ik maar dat die al te vroege dood de eervolle en roemrijke dood eens dapperen ridders zijn zal."

De oude vrouw trad nu met een brandenden spaander van harsachtig hout binnen en liet de beide bezoekers uit. Zij bestegen hun paarden en reden een poos zwijgend naast elkander.

„Er is mij een treurig lot voorspeld, Floris," begon koning Willem opeens.

„Gij trekt u die woorden van dat meisje te sterk aan! Willem! Niemand kan in de toekomst lezen; heeft onze moei Richardis ons dat niet vaak gezegd? En zou het nu zulk een moeite zijn om u te voorspellen, dat gij vroeg vallen zult? Wat heeft het u niet gekost om Aken in uw macht te krijgen en wat zegt Aken in vergelijking met het groote land, dat ge. bijna nog geheel voet voor voet veroveren moet op een koning, die, het mag gezegd worden, het zwaard weet te voeren. Moet niet keizer Frederik zelf, nu al jaren achtereen, strijd voeren om het behoud van een kroon? Willem, nog kunt gij terug! Keer weer naar Holland, dat u zoo noodig heeft! Vergenoeg u met de gravenkroon, die onze dappere vader u naliet. Die wat moei Richardis u aangeraden heeft; haar raad was goed, Willem!"

„En gij dan ?"

„Ik zal met koning Lodewijk van Frankrijk naar het Heilige Land trekken en mij met het zwaard in de vuist een Graafschap,

Sluiten