Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

, .' 99

kort: „Maar, eerwaarde doctor, bij zulk een koude in deh kloostertuin gaan middagmalen, dat doe ik niet," toen doctor Albertus de deur naar den tuin opende en zijn gasten voorging. *)

Maar wat was dat! Waar toefden ze toch op dit oogenblik? Geen kale boomen met sneeuw overdekt, maar met een dichten bladerentooi versierd; geen vogeltjes, die tegen de naakte stammen van honger en koude zaten te sterven, maar die lustig tusschen de takken en het loover rondvlogen en hun liederen liéten weerklinken; geen hard bevroren grond met het witte sneeuwkleed eentonig bedekt, maar een bloeiende gaard met honderden welriekende bloemen; geen barre koude, die zelfs door de wollen mantels heendrong, maar een lieflijke zomerwarmte, die naar een luchtig gewaad deed grijpén. De fijnste vruchten aan de boomen, en de tafels overladen met de heerlijkste spijzen! Welk wonderland was dit toch?

„Tast toe, heer koning, gij en de uwen," sprak doctor Albertus lachende. „Geniet van de aardsche gaven naar hartelust!" i

Toen de koning en de zijnen van hun verbazing bekomen waren, lieten ze zich de uitnemende spijzen, dranken en vruchten goed smaken en eerst' toen ze verzadigd waren, vertelde doctor Albertus, dat ze niet in den tuin, maar in de groote ontvangzaal van het klooster waren, welke door hem in een zomertuin herschapen was.

„Maar hoe hebt ge dat toch kunnen doen?" vroeg koning Willem verbaasd.

Doctor Albertus lachte, en zei: „Laat dit mijn geheim blijven heer koning!"

IJc hoorde dit alles onlangs in het legerkamp vertellen, doch niemand was er, die dit geloofde. Ik alleen geloofde het, omdat

*) De „Doctor Albertus," van wien zooveel vreemds verteld wordt, droeg om zijn buitengewone geleerdheid den bijnaam van Albertus Magnus of Albertus den Grooten. Tal van boeken heeft hij in de Latijnsche taal geschreven. Van zijn twintig boeken over de dieren, weten we, dat ze door onzen bekenden Jakob van Maerland, onder den titel van „Der Naturen Bloeme of Bestiaris, in onze taal overgezet zijn. Anderen zeggen, dat deze boeken geschreven werden door Thomas van Cantimpre, die een leerling van doctor Albertus was. Aangaande de tooverkunsten van dien vreemden geestelijke werd niets door mij verzonnen, want alles staat in de oude historiën van hem beschreven.

Sluiten