Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T02

mond en bootste nu het gehuil van een wolf weer zoo natuurlijk na, dat de graaf en de roofridder thans als wezels vluchtten. Bij den uitgang van het bosch zagen ze, dat ze haastig afscheid van elkander namen, waarop ieder een andere richting van de heerbaan insloeg.

Wolfaard en Koenraad spoedden zich nu rechtstreeks naar het kamp, om daar aan hun heeren verslag te doen van hetgeen ze vernomen hadden, evenwel zorg dragende^ dat de naam van heer Ogier niet genoemd werd.

Heer Jan van Avennes, die met Wolfaard zeer in zijn schik was, en al spoedig begreep dat die man vrij wat meer was dan een gewoon krijgsman, ging met hem en Koenraad naar de tent van koning Willem, die Wolfaard nog niet ontmoet had, hoewel men hem natuurlijk reeds veel van hem had verteld.

Heer Jan van Avennes ging eerst de tent binnen en vond zijn zwager in een druk gesprek met den aartsbisschop van Mainz en de bisschoppen van Metz en Straatsburg, die alle drie in krijgsgewaad in het legerkamp gekomen waren, om met koning Willem plannen voor de toekomst te beramen, als Keizerswaard gevallen was.

„Brengt mijn heere van Avennes gewichtig nieuws, dat zijn gelaat zoo ernstig staat?" vroeg de koning.

Heer Jan vertelde met weinige woorden, welk een boodschap hij van Wolfaard ontvangen had en hierop liet de koning Wolfaard en Koenraad binnenkomen.

Koenraad, die nog nimmer voor zulke aanzienlijke heeren verschenen .was, hield, zich bedremmeld verscholen achter Wolfaard, die geen enkel teeken van verlegenheid gaf.

„Wat is dat?" riep koning Willem'verrast uit. „Heeft Lodewijk van Vaelbeke, de beroemde minstreel, de luit met het zwaard verwisseld? Ik bedrieg mij toch niet in uw persoon?"

Wolfaard lachte even en zei: „Eens was ik aan het hof van uw moei, vrouwe Richardis, de Jonkvrouwe van Delft, heer koning! Toen heette ik Lodewijk van Vaelbeke, doch hier ben ik eenvoudig lansknecht en heet Wolfaard, of wel, onder vrienden

Sluiten