Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

edelen bevolen heeft niet met tornooN, maar met oorlogswapenen te verschijnen. Van dat spiegelgevecht komt ook niets, want eer dat dit beginnen' zal, zijn de roovers er."

„Ha, dus koning Willem zal overwinnen ?"

„Denkelijk wel. Maar laten we nu gaan; het wordt onze tijd."

Wolfaard en Koenraad verlieten de tent en vonden daar buiten Otto uitgestrekt op den grond liggen."

„Wie is dat?" vroeg Koenraad verschrikt.

„De luistervink!"

„En is hij dood?"

Wolfaard onderzocht het en zei: „Ik geloof dat ik hem wel een beetje te hard geaaid heb om maar voor een uurtje doof te blijven. Het komt me zoo voor, dat die deugniet geen kwaad meer doen zal!"

„En wat moeten wij met hem doen ?"

„En wat moeten wij met hem doen ?"

„Laten liggen! Als het gevecht tegen de roovers heeft plaats gehad en ze vinden hem, dan zal er gedacht worden, dat de roovers hem gedood hebben! Kom, ga mee!"

„En weet gij wie het is?"

„Ja, de vertrouweling en helper van den verrader, die met de roofridders heult. Het is Otto, de schelm van wien ik je meer verteld heb. Vooruit nu!"

Wolfaard en Koenraad begaven zich thans naar het ruime veld Waar de spelen zouden gehouden worden en, — dat was zoo de geest van die tijden, — aan Otto dachten ze niet meer.

Pas echter waren ze weg, of gluipend, rondstarend en zoekend, kwam heer Ogier bij de tent van den Henegouwschen graaf aan. Hij moest Otto alles meedeelen. Hij riep, floot; klapte in de handen, doch alles was te vergeefs.

O, dat die ellendige kerel zich nu nergens vinden liet! Hem spreken, hem alles zeggen moest hij, want koning Willem had, alsof hij het deed om het heele plan, dat toch zoo mooi in elkander gezet was, te doen mislukken, ter elfder ure nog eenige oogenschijnlijk zeer kleine veranderingen aangebracht, welke

I'S

Sluiten