Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaan had, dat van eenige beteekenis was, liet hij er dadelijk op volgen: „De menschen bederven mij geheel. Ik weet op het laatst niet meer hoeveel vrienden en vriendinnen ik wel rijk ben! Ik ben met recht een zondagskind! Wat zal die Koenraad vreemd opkijken, als hij hoort, dat ik uw vriend even goed ben als de zijne ! Maar kom, nu rijden wij toch te langzaam, of ... is het u zoo goed ?"

„Neen, neen, het is werkelijk te langzaam; ik leer al aan! We kunnen sneller rijden! Ik verlang ook zoo naar mijn dochter ! Hoe ziet zij er uit ?"

Onder het voortrijden beschreef Wolfaard zoo volkomen het uiterlijk van Jolanda, daj het was, alsof hij haar voor zich zag. Ook Koenraads uiterlijk beschreef hij, maar dat van Jolanda was toch het uitvoerigste.

Onder dergelijke gesprekken werd de rit ongemerkt steeds sneller, en weldra kregen ze de torens van Keulen in het gezicht, en geen der twee dacht er aan, dat daar in een viertal uren iets gebeurd kon zijn, dat bij veel vreugde ook veel verdriet had kunnen brengen. Het verdriet bleef wel weg en er was ten slotte niets dan vreugde, maar het had toch oök heel anders kunnen zijn. Wij willen dat even ophelderen om dan deel té nemen in de reinste vreugde.

■ Niet lang nadat Wolfaard vertrokken was, was er een vreemde tijding in Keulen gekomen. Koning Willem was gehuwd, maar in den nacht van het huwelijk was er brand ontstaan in het 'paleis waarin ze vertoefden, en met de grootste moeite hadden de jonggehuwden zich het leven gered. Al hun geschenken en kostbaarheden waren evenwel een prooi der vlammen geworden. Men vertelde ook dat zekere Koenraad, die page bij koning Willem was, een ellendigen dood in de vlammen gevonden had.

Jolanda zat, in treurige gedachten verdiept, moederziel alleen in haar kamer en ademde door het open venster de frissche •winterlucht in. In het begin van Januari was haar broeder met koning Willem naar Brunswijk vertrokken, waar deze den

165

Sluiten