Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i66

vijfentwintigsten Januari met prinses Elisabeth van Brunswijk in het huwelijk zou treden. Wat had ze gaarne willen medetrekken om de prachtige feesten, die gegeven zouden worden, bij te wonen! Maar de jonkvrouwe van Delft bleef liever in Keulen en nu was Jolanda ook gebleven en wachtte met ongeduld haar broeder. Allerlei gedachten spookten door het hoofd der lieftallige jonkvrouw, die evenwel nog vlagen had, waarin haar geest beneveld scheen. Dat kwam, had broeder Albertus gezegd, omdat ze te veel aan haar ouders dacht.

Nu had ze weer zulk een droevig oogenblik, en terwijl, ze daar voor het open venster zat, hoorde ze door de hof hoorigen de geruchten van den brand vertellen. Met een woesten gil sprong ze op en snelde naar jonkvrouwe Richardis om te vragen, wat deze ervan wist.

„Niets, lieve Jolanda, ik weet niets. Maar gij moet niet zoo dadelijk alle geruchten gelooven ! Houd u kalm en blijf hier wachten; ik ga op onderzoek uit."

In treurig gepeins verzonken hoort Jolanda opeens snelle schreden; de deur gaat open en met uitgespreide armen komt jonkvrouwe Richardis op haar toe en roept: „Weg de tranen, Jolanda! Koenraad is niet dood, doch slechts gewond. Er is een bode van den konirfg gekomen. De brand is een waarheid, maar de koning en zijn gemalin zijn gered, hoewel ze alles verloren hebben. De bode vertelde, dat uw broeder niet beter wist of de koning en de koningin waren nog in het brandende kasteel, wat ook het geval zou geweest zgn, zoo niet Elizabeth, den weg wetende, langs een weinig gebruikte trap buiten en in veiligheid gekomen was met haar gemaal. Uw broeder zocht hen te midden der vlammen en zou omgekomen zijn, als niet een dapper ridder hem het leven gered had. Wel heeft hij brandwonden bekomen, doch zijn toestand is zoo weinig gevaarlijk, dat hij te paard in het gevolg van den koning en de koningin medekomt. Over een paar uur kunnen ze hier zijn! Kom, Jolanda, maak u gereed hem te ont* vangen I"

Sluiten