Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

weg wou, en pa en iedereen was even angstig. Tidjem kwam met jou in haar slendang (soort sjaal) aanrennen, en moeder had klein zusje in haar armen. Maar 't duurde erg lang eer Wiro met den wagen voorreed; de jongens stonden in de voorgalerij te trappelen van ongeduld, want die waren natuurlijk ook bang. Eindelijk zaten we allemaal in den wagen, moeder met Dolly op schoot, en jij in Tidjem's armen gerust in slaap. We reden een heel eind, en ik viel in slaap op pa's knie, en werd opeens wakker door een verschrikkelijken schok. Wat er toen gebeurde herinner ik mij niet zooveel goed meer, dat heeft pa ons naderhand verteld. Er was een groot gat in den weg geslagen door dien modderstroom, en dat wist Wiro niet, en hij reed er

dus pardoes in, want 't was stikdonker "

Fritsjes oogen werden al grooter en grooter. Hij keek Nel in ademlooze spanning aan.... nu kwam 't verschrikkelijke.

„We werden allen in den modderstroom geslingerd," vertelde Nel verder, „die was gelukkig niet warm meer en ook niet diep. Wiro liet de paarden in den steek, en redde DoH en Jan. Baboe was bijna gestikt, maar zij kon nog net bijtijds den boom van den wagen grijpen, en hield jou met haar vrijen arm, stevig vast.

Pa had zich aan een boomtak vastgeklemd, en ik hing aan zijn hals.>.. maar moeder en zusje "

Sluiten