Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

en honderdmaal dacht hun arme vader, als hij zijn moederlooze kinderen aanzag, wanhopig en diep bedroefd 't verleden herdenkend: waren we toen maar rustig thuis gebleven, dan zouden mama en 't lieve kindje nog bij ons zijn.

't Was den heer Canneheuvel niet mogelijk geweest te blijven wonen, waar hij den geheelen dag zijn vrouw en Dolly zou missen.

Hij kon den verraderlijken berg niet meer aanzien, die hem zijn geluk had ontnomen, en vestigde zich te Soerabaia, waar de jongens en Nel goede scholen konden bezoeken, zoodat hij zijn lievelingen vooreerst niet naar Holland zou behoeven te zenden. Voor Dolf, Jan en Nellie zou dit anders niet kwaad zijn geweest, want hun vader kon zich maar weinig met hen bemoeien, en dus misten zij behoorlijk toezicht. Want met de Juffrouwen voor 't huishouden had de heer Canneheuvel 't tot dusver niet erg getroffen.

Er waren nu al twee met standjes weggegaan, en de tegenwoordige, Juffrouw Klok, die ze sinds een halfjaar hadden, was vast de naarste van de drie, volgens Nel. Ze bedacht niet, dat Juffrouw Klok geen prettig leven had, en met recht dikwijls boos was en knorde. Dolf en Jan gehoorzaamden haar alleen, als 't in hun kraam te pas kwam, en Nel had dat zoo'n beetje van hen afgekeken. Fritsje was vrij zoet en gezeggelijk,

Sluiten