Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

Waarop Jan hem in de rede viel, met de nuchtere vraag, of Dolf zich nou heusch verbeeldde, dat hij de allereerste was, die de wereld graag op z'n kop zou willen zetten, opdat alle armoede, leed en verdriet naar beneden kon zakken, en alleen 't prettige en goede boven aan de oppervlakte blijven?

„Je moet niet zoo groot willen beginnen, waarde broeder," waarschuwde hij, op dien Zaterdagmiddag, toen Nel zoo met Juffrouw gekibbeld had.

„Vang in 't kleine aan met wèl te doen. Geef mij b.v. je vulpenhouder, want ik heb den mijne gisteren verloren, en geen geld om een nieuwe te koopen. Dan verricht je een edelmoedige daad, die dadelijk binnen je bereik is."

„Neen maar, die is goed," viel Nel in. „Dolf kon wel aan den gang blijven met jou te geven. Jij verliest altijd alles."

Geen haar op mijn hoofd, dat er ook aan zou denken," beweerde Dolf nadrukkelijk.

Jan wilde Nel juist een kleine berisping toedienen over 't ongepaste van kleine meisjes (zij scheelden één jaar in leeftijd) om zich met de zaken van haar oudere broers te bemoeien, toen juffrow Klok haar wegriep: ze moest dadelijk bij papa komen.

Een beetje schuldbewust gaf Nel slechts schoorvoetend aan die roepstem gehoor.

. BI

Sluiten