Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

man had gevaren op een groote prauw (boot) en de zilverblanke visch met netten vol uit zee helpen halen. Als de prauw uitvoer, was ze toch zoo mooi versierd met bonte vlaggetjes, stukjes blik en spiegelglas in de masten. Wanneer de zon er op scheen, schitterde 't als zilver en diamant, en de vroolijke wimpeltjes kleurden fel rood, blauw, geel, en fladderden lustig in den wind.

't Was altijd groot feest, wanneer de prauwen thuis kwamen, zoo vroolijk en gezellig, als de visch op 't strand werd uitgestald en verkocht.

Iedereen draafde met manden vol weg; tot de kleine kinderen toe sleepten aan den buit mee.

Nog liever hoorden de kinderen Bok Sidin van de zee vertellen, als ze boos was en woest te keer ging, de arme booten kwaadaardig op de koraalriffen joeg om hen daar in stukken te slaan.

Zóó was de prauw van Bok Sidin's man ook verongelukt, en met man en muis vergaan, nu bijna twintig jaar geleden. Tidjem wist er niet veel meer van, maar haar oude moeder zag alles vóór zich alsof 't gisteren gebeurde, en haar zachte bruine oogen werden vochtig bij 't vertellen.

Fritsje zeurde altijd bij baboe, om door de kampongs heen en weer naar huis te gaan.

't Liep toch zoo knus en gezellig langs al die smalle paden en weggetjes, waar je nieuwsgierig in de huisjes

Sluiten