Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

looper en koetsier, mevrouw Wedono en baboe barstten allen in lachen uit, bij 't vreeselijk dreigement, en tante Letje had veel moeite, om zich te bedwingen en 't aardig oppasje niet eens even lekker te knuffelen.

Maar al gauw hernam 't gezelschap ernst en waardigheid, zooals 't betaamde.

Iedereen werd gul onthaald, en de paarden richtten een vreeselijke slachting aan onder de koekjes, zooals Nel voorspeld had. Baboe Lous kroop op haar hurken rond bij 't koekjes presenteeren, en dat ging best. De volle glazen limonade bood ze, recht op haar voeten staande, aan, want dat zou anders een groote morspartij zijn geworden.

Nel zat heel zedig op 't puntje van haar stoel, en wachtte tot 't woord tot haar werd gericht.

„Wel Raden-Ajoe, ik hoor, dat de Wedono ziek is," merkte de Controleur op, zich welwillend tot de gastvrouw wendend. „Dat spijt me zeer, ik had hem op tournee willen meenemen."

„Saja (ja) mijnheer de Controleur, mijn man ligt op sterven," vertelde mevrouw Wedono, alsof dat maar zoo niets was. „Hij kan niet mee, en bovendien zijn de paarden kreupel. Ik moet u ook zeggen van mijn man, dat er geen duit geld is in de kas; het volk wil geen belasting meer opbrengen en is erg oproerig."

„Zoo, zoo, dat is kwaad nieuws, Raden-Ajoe. Regent,

Sluiten