Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

63

„Och, dat duurt nog wel honderd, duizend jaar," plaagde Nel. „Zou je graag groot zijn, snoes?"

„Natuurlijk, dan word 'k karbouwenjongen, en naderhand net als pa."

„Goddank, nou zijn we klaar," riep Jan. „Weet je wel, Petronella Maria, dat er van je dansmuizen los zijn? Kokki heeft er een paar dood tusschen de arang (houtskool) gevonden."

„O, Hemel! dat is vast gebeurd, toen Geurt zijn partijtje is komen halen," en Nel liep gauw naar de keuken; Fritsje mee natuurlijk. Kokki had de muizen geen eerlijke begrafenis gegund, maar ze durfde niet bekennen, dat ze ze met de arang in 't vuur had gegooid.

Vervuld van duistere vermoedens daaromtrent, ging Nel haar glazen muizenpaleis eens goed nakijken. Fritsje vond 't jammer van die muizen. Nou ze toch al dood waren, had hij er Gitje op willen tracteeren. Gitje werd hoe langer hoe liever, had in 't geheel niet zijn moeders bangen, weglooperigen aard. Met iedereen was Gitje beste maatjes. Hij speelde met Lax en Tilla (die hij misschien wel voor Sikkie aanzag), maakte malle sprongen tusschen de duiven in, die niet eens erg bang voor hem waren. Alleen met de apen, Coco en Grijp, stond 't katertje op gespannen voet. Hij blies en» zette gekke hooge ruggetjes, als hij ze van verre zag,

Sluiten