Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113

heb je nog dertig cent over voor Wongso en Tidjem."

„En voor jou ook," dacht Fritsje, „en jij krijgt 't mooiste van allemaal."

„Bij 't St. Nicolaasfeest hoort eigenlijk naar, mistig weer," zei mama. „Iedereen verheugt er zich dan dubbel op, gezellig thuis te zitten bij 't lekker brandend vuurtje, in afwachting van de verrassingen, die in aantocht zijn. We kunnen hier 't vuurtje missen, maar donker wordt 't gelukkig vroeg genoeg. We zullen wat vroeger eten; om half acht mag de pret dan beginnen."

Och, och! wat was er nog veel te doen op 't laatste oogenblik. Poekie vooral had 't onmenschelijk druk tot op 't allerlaatste nippertje. Hij draafde, met schatten beladen, heen en weer, was doodsbang iemand tegen te komen.

Al had Poekie al voor Sinterklaas gespeeld, hij zou toch erg op zijn neus hebben gekeken, als de echte niet was komen opdagen.

Piet, de knecht, scheen intusschen uit den dood herrezen, want die brave zou er op den feestavond behoorlijk bij zijn.

St. Nicolaas, die gullerd, was met Piet, den knecht, stipt op tijd bij de familie Canneheuvel.

De „Heilige" had een mombakkes voor, maar was prachtig gekleed, met een langen rooden mantel en een gouden kroon. Hij sprak erg schor, net de stem

Canneheuveltjes in Indië. 3e dr. g

Sluiten