Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

135

„Neen, daar heb je gelijk in," stemde mama toe. „Er zou best wat tusschenbeide kunnen komen, want we kunnen nog lang niet aan 't pakken beginnen voor de reis naar 't lieve Vaderland."

Dolf was schitterend overgegaan, Nel maar „eventjes", en Jan in 't geheel niet.

Hij had er zelf geducht spijt van, en kwam zeer bedrukt en ontdaan met 't bericht thuis. Tegen beter weten in (want zijn rapporten waren er niet op verbeterd) had hij tot 't laatste toe gehoopt.

Zijn ouders, op den uitslag voorbereid, knorden niet, en waren ook niet boos.

,,'t Is natuurlijk jammer, vent," sprak papa, „maar mama en ik maken je er geen verwijt van. Je hebt door ziekte nog al eens moeten verzuimen. Trek je dus de zaak niet zoo erg aan, en haal de schade later in."

Maar Jan sloop mismoedig weg, en toen mama hem in zijn kamer kwam opzoeken, vond ze hem in een verdrietige, ongelukkige stemming. Hij zou zelf graag een deuntje gehuild hebben, als dat voor zoo'n sliert van een jongen niet te kinderachtig was geweest.

„Kom Jan, 't hoofd omhoog," troostte mama, met een hartelijk drukje op zijn schouder. „We weten immers, dat je niet zoo goed kon, als je wel wilde. Je hebt een naren tijd gehad, jongen, en vooral voor jou

Sluiten