Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

141

een stevigen Hollandschen pot. Want eten, dat die kinderen konden! Ongeloofelijk! De liflafjestrek van Nel en Jan was in Soerabaia achtergebleven, en ook zij deden de tafel buitengewoon veel eer aan. Kokki. Wongso en Tidjem waren meegegaan naar boven. Zonder die trouwe hulp zou de huisvrouw weinig geprofiteerd hebben van de vacantie.

't Zwembad te Sinkir was ook een verrukkelijk iets. Een klein eind van de passangrahan af, ontsprong een bron, waarvan men gebruik had gemaakt om een gemetseld badbassin van altijd stroomend water te voorzien.

't Was daarin heerijk baden en zwemmen.

Jan, Dolf, Fré, Nel en Lous kenden 't al goed, en Frits leerde 't nu ook in perfectie, werd den ouderen al gauw de baas in 't duiken.

Hij had er zoo'n plezier in, dat hij 't mama ook dolgraag wilde leeren, en zich maar niet kon begrijpen, dat mampie niet veel voelde voor de edele kunst, en zoo weinig durfde in 't water.

Vond Fritsje 't zwemmen dolletjes, niet minder heerlijk was 't met papa en de anderen op jacht te gaan, zooals ze 't noemden. Niet om arme, weerlooze dieren dood te schieten, want dan zou Dolf zeker niet van de partij zijn geweest. Maar om te bespieden alles wat in 't bosch en op 't bergplateau nestelde en leefde.

Sluiten