Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 9 —

hout en een pennemes had hij al de beestjes uit de Ark weer zoo stevig op hun pootjes gezet, als ze nooit te voren gestaan hadden.

Met bewonderenswaardige zelfverloochening zei Peter geen woord omtrent zn"n locomotiefje, voordat Vader rustig gegeten en daarna een sigaar opgestoken had. De zelfverloochening was een idee van Moeder, maar Peter bracht het heldenstuk toch ten uitvoer. En er was heel wat geduld voor noodig.

Eindelijk begon Moeder: „Nu, beste, als je nu heelemaal uitgerust bent en lekker op je gemak zit, wilden we je erg graag eens van ons groot spoorwegongeluk vertellen en je raad inroepen."

„Best," zei Vader. „Ga jullie je gang maar!"

Toen deed Peter het treurige verhaal en haalde hij ten slotte wat er van de machine was overgebleven.

„Hm," zei Vader, nadat hij het machinetje nauwkeurig bekeken had.

De kinderen hielden hun adem in.

„Is er geen hoop meer?" vroeg Peter met een benauwde, onvaste stem.

„Hoop? Zeker wel! Een scheepslading vol, hoor!" zei Vader opgewekt; „maar we hebben nog wat meer noodig dan hoop, — een beetje soldeersel, een paar schroefjes en een nieuw klepje. Ik geloof dat het beter is het zaakje uit te stellen tot een regenachtigen dag; met andere woorden, ik zal er Zaterdagmiddag mijn krachten eens op beproeven, dan kun jullie alle drie helpen."

„Maar meisjes kunnen toch geen stoommachines repareeren?" vroeg Peter ongeloovig.

„Zeker wel! Meisjes zijn precies even knap als jongens; onthoud dat maar! Hoe zou jij 't vinden om machinist te zijn, Phil?"

„Dan zou ik altijd een vuil gezicht hebben, hè?" vroeg Phyllis, maar matig verrukt. „*k Zou ook wel wat bang zijn dat ik iets brak."

Sluiten