Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 17 —

Daarna volgde er een roezige week van pakken — niet alleen van kleeren, zooals wanneer je met vacantie gaat, maar van allerlei. Stoelen, tafels, alles moest ingepakt worden, van boven met zaklinnen en de pooten met stroo. Er werd ook een massa ingepakt dat je anders nooit meeneemt. Aardewerk, dekens, kandelaars, karpetten, ledikanten, pannen, ja zelfs kachels en poken.

Het huis leek wel een verkooplokaal. Ik geloof dat de kinderen 't wel aardig vonden.

Moeder had heel veel aan haar hoofd, maar kon toch tijd vinden met hen te praten, eens even met hen te lezen, en zelfs een versje te maken om Phyllis te troosten die den schroevendraaier in haar hand had gekregen, toen ze er mee van de trap viel.

„Moet dit niet ingepakt worden, Moeder?" vroeg Roberta en ze wees naar het groote kabinet dat zoo mooi was ingelegd met schildpad en koper.

„Neen, we kunnen niet alles meenemen," antwoordde Moeder.

„Maar 't is net of we alleen de leeüjke dingen meenemen," zei Roberta.

„We nemen de nuttige mee," zei Moeder, „we zullen een tijdlang moeten leven als menschen, die heel weinig geld hebben, Bobbekind."

Toen al die leeüjke, nuttige dingen ingepakt stonden en in een grooten wagen weggehaald waren door mannen met groene wollen schorten voor, sliepen Moeder, Tante Emma en de beide meisjes een nacht in de twee logeerkamers waar de mooie meubels in bleven staan. Hun eigen bedden waren allemaal weg. Peter moest op de sofa uit het salon slapen.

„Dat 's nog eens leuk!" zei hn, zich lachend om en om draaiende, toen Moeder hem kwam toestoppen. „Ik vind verhuizen niets naar! Tc Wou dat we 't elke maand deden!" Moeder lachte.

„Ik niet," zei ze. „Slaap wel, Peterman."

Spoorweg-Kinderen. 2e dr. 2

Sluiten