Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 42 —

Van dit oogenblik af werd het de vaste gewoonte elkaar toe te wuiven, naar en uit den trein van 9.15.

En de kinderen, vooral de meisjes, verheugden zich graag in de mogelijkheid dat de oude mijnheer misschien Vader wel kende, misschien wel eens ergens „zaken" met hem deed, waar die geheimzinnige plaats ook zijn mocht. Dan kon hij hem vertellen dat zijn drie kinderen eiken morgen, weer of geen weer, daar heel ver weg, in het groene land, op een spoorhek stonden om den trein hun groeten mee te geven.

Want ze konden nu in alle weer en wind uitgaan, wat vroeger, toen ze in de roode villa woonden, volstrekt het geval niet was geweest. Dat hadden ze aan Tante Emma te danken, en de kinderen beseften hoe langer hoe meer dat ze heel onrechtvaardig tegenover die tante geweest waren, toen ze gelachen hadden om de slobkousen*en de regenmantels die ze voor hen gekocht had.

Al dien tijd was Moeder druk aan 't schrijven. Ze verzond telkens groote gele enveloppes met verhaaltjes er in en kreeg ook telkens groote enveloppes van allerlei kleuren en formaten terug. Soms zuchtte ze wel eens als ze er een opensneed en zei: „Alweer een terug! O, hemel, hoe moet dat gaan!" en dan keken de kinderen erg bedrukt.

Maar soms ook zwaaide ze met de enveloppe door de lucht en riep: „Hoera! Hoera! Dat is nog eens een verstandig uitgever. Hij heeft mijn verhaal aangenomen; hier heb ik de proef al."

Eerst dachten de kinderen dat de „proef" hetzelfde beteekende als de brief dien de verstandige uitgever geschreven had, maar al heel gauw leerden ze dat de „proef" een stuk papier was, waarop het verhaal gedrukt stond.

lederen keer als een uitgever „verstandig"" was geweest, trakteerde Moeder op krentenbroodjes.

Eens was Peter op weg naar het dorp om krentenbroodjes te halen, ter viering van het gelukkige feit dat

Sluiten