Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 51 —

En ze dachten en dachten en kwamen werkelijk op een idee. Later, toen Bobbie boven bij Moeder zat, voor 't geval ze eens naar iets mocht vragen, waren de beide anderen heel druk bezig met scharen en vellen kastpapier en een verfkwastje en een potje zwart lak, dat juffrouw Viney had meegebracht om de kachelplaat in de keuken mee op te knappen. Wat ze tot stand wilden brengen, gelukte hen niet heelemaal bn" het eerste vel; ze namen er toen nog een uit de linnenkast, zondér er een oogenblik over na te denken, dat ze mooie veUen papier vermorsten, die hun moeder vrij veel geld hadden gekost. Ze waren geheel vervuld van de gedachte, dat ze een goed — maar wat ze eigenlijk maakten, komt later.

Bobbie's bed was op Moeders kamer overgebracht, en ze stond dien nacht verscheiden keeren op om naar het vuur te Idjken en haar moeder te laten drinken. Moeder praatte telkens heel druk, maar Bobbie begreep er weinig van; 't scheen niet veel te beteekenen te hebben. Eens, midden in den nacht, vloog ze overeind en riep: „Mama, Mama!" en toen begreep Bobbie natuurlijk dat ze om Oma riep, en dat ze vergeten was dat dit niets hielp, omdat Oma dood was.

Vroeg in den ochtend hoorde Bobbie haar naam noemen en sprong ze haar bed uit om naar haar Moeder te vliegen.

„O, kind — ja, ja, — ik geloof dat ik droomde," zei Moeder, wakker wordend. „Arme meid, wat zul je moe zijn — o, als ik jullie maar niet zooveel moeite hoefde te geven?"

„Moeite!" zei Bobbie.

„O, schrei niet, Heveling,'' zei Moeder; „over een paar dagen ben ik weer kant en klaar."

En Bobbie zei „Ja" en probeerde te glimlachen.

Als je gewend bent tien uur rustig, aan één stuk door te slapen, heb je — wanneer je er 's nachts vier of vijfmaal bent uit geweest — een gevoel alsof je den geheelen nacht gewaakt hebt. Bobbie had zoo'n raar, suf gevoel

Sluiten