Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 70 —

te maken. Ik ben geloof ik wat ze noemen, een treinroover — misschien kunnen zij my er wel voor gevangen nemen."

De trein ging steeds harder en harder.

Iets in haar keel maakte haar 't spreken onmogelijk. Ze probeerde het tweemaal. De mannen stonden met hun ruggen naar haar toe en deden iets aan dingen die er als kranen uitzagen.

Opeens stak ze stoutmoedig haar hand uit en pakte ze de mouw die het dichtst bij haar was. De man keek verschrikt om, en een oogenblik zagen hjj en Roberta elkaar sprakeloos aan. Toen begonnen hy en zyn makker tegelijk te spreken.

De eerste man zei: „Wel heb ik ooit! Wat zal me dat geven?" en Roberta barstte in tranen uit. En de andere man zei: ,,'k Laat me hangen, als ik daar iets van begrijp!" — of iets dergelijks, maar hoe verbaasd ze ook keken, bepaald onvriendelijk waren ze niet.

„Je bent een ondeugende meid — dat ben je," begon de stoker opnieuw, en de machinist het er op volgen: „Een brutale rakker, mag je wel zeggen," maar ze Heten haar op een klein bankje onder de kap zitten en zeiden: „Veeg nou je tranen maar gauw af, en vertel ons Hever eens hoe je hier komt — gauw maar wat!"

Bobbie hield haar tranen in, zoo goed en zoo kwaad als dat ging. De gedachte hielp haar dat Peter de puntjes van zyn ooren zou gegeven hebben als hy eens op een locomotief had gezeten, een echte locomotief die ging. Dikwyls hadden de kinderen met elkaar besproken of er wel een machinist zou bestaan, die wel eens iemand op zyn machine wilde laten meerijden, — en daar zat ze nu! Ze droogde haar tranen, maar snikte nog zachtjes.

„Kom nou," zei de stoker, „voor den dag er mee! Hoe ben je hier gekomen? Wat beteekent dat, hè?"

„O, ik — ik, och, toe," stamelde Robbie en hield verschrikt op.

Sluiten