Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—11 —

gekomen waren, zagen ze natuurlijk niets anders dan de natte ruggen van den buitensten kring. Iedereen praatte tegelijk, 't Bleek uit alles, dat er iets gebeurd moest zijn.

„Ik wed, dat hij een soort van kaffer of naturel is," zei een man met een boersch uiterlijk. Peter kon juist zn'n rood, gladgeschoren gezicht zien.

„Als je 't mij vraagt, ik zou zeggen, het is een gevalletje voor 't pohtie-bureau,'' meende een jongmensen met een zwarte reistasch.

„Weineen, eerder voor 't ziekenhuis," vond een ander.

Toen klonk de stem van den Chef luid en met gezag: „Kom, doorgaan, alsjeblieft! Ik zal dat zaakje wel opknappen. Laat het maar gerust aan mij over."

Maar de menigte verspreidde zich niet, en opeens hoorden de kinderen een stem, die hen door merg en been ging. Ze klonk angstig en in een vreemde taal, ja, in een taak die ze nooit eerder gehoord hadden. Ze hadden wel eens Fransch en wel eens Duitsch hooren spreken; Tante Emma kon goed Duitsch en zong dikwijls iets van bedeuten en Zeiten en bin en sin. En Latijn was 't ook niet. Peter had immers al een jaar Latijn geleerd!

't Was een soort van voldoening dat niemand de vreemde taal scheen te verstaan, ook de groote menschen niet.

„Wat zegt-ie?" vroeg de boer met een gewichtig gezicht.

,,'t Komt me voor, dat mj Fransch spreekt," zei de Chef, die wel eens een dagje naar Boulogne geweest was.

„Neen, 'l is geen Fransch," zei Peter.

„Wat is het dan wel?" vroegen verscheiden stemmen tegehjk. De menigte trad iets op zij, om te zien wie er gesproken had en Peter drong zich naar voren, zoodat hij, toen de massa zich weer achter hem sloot, in de eerste rij kwam te staan.

„Ik weet niet wat het is,'? zei Peter, „maar geen Fransch, dat ken ik wel." Toen zag hij waar de menschen zich omheen verdrongen, 't Was een man, de man die — Peter twijfelde er geen oogenblik aan — in die wonderlijke taal

Sluiten