Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 79 —

„Neemt u hem mee in uw bureau,'' fluisterde Bobbie den Chef toe: „Moeder kan Fransch praten en ze komt zoo dadelijk uit Maidbridge."

De Chef greep den vreemdeling plotseling, doch niet onvriendelijk, bij den arm, maar de man rukte zich los en trachtte kuchend, bevend en in elkaar gedoken den Stationschef af te weren.

„O, raak hem liever niet aan!" riep Bobbie, „ziet u niet hoe bang hij is. Hij denkt stellig, dat u hem wilt opsluiten. Be weet zeker, dat hij dat denkt. Kijk maar 's naar zijn oogen!''

„Net de oogen van een vos, die in de val zit," zei de pachter.

„Toe, laat mij het eens probeeren!" verzocht Bobbie. „Be weet heusch een heeleboel Fransche woordjes. — Hè, als ik ze nu maar bedenken kon!'?

Maar soms zijn we in moeilijke oogenblikken tot heel bizondere dingen in staat, tot dingen waarvan we in 't gewone, alledaagsche leven niet zouden gedroomd hebben. Bobbie had nooit hooge cijfers voor haar Fransch gehaald, en toch scheen ze werkelijk nog meer geleerd te hebben dan ze gedacht had, want terwijl ze vol medelijden naar den vreemden man keek, schoten haar opeens verscheiden Fransche woorden te binnen en, wat meer zegt — durfde ze die uit te spreken ook.

„Vous attendez" begon ze „Ma mère parlez francais. Nous — wat is „vriendelijk zijn" in 't Fransch?"'

Dat wist niemand.

„Bon" is „goed," bedacht Phyllis.

„Nous étions bon pour vous."

Bx durf niet te zeggen of de man haar woorden begreep, maar hn* begreep de vriendelijkheid die haar aandreef haar hand in de zijne te leggen en met de andere over zijn versleten mouw te strijken.

Zachtjes trok ze hem mee naar het heiligdom van den Stationschef; de andere kinderen volgden op den voet,

Sluiten