Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 91 —

„We hebben het heusch niet met opzet gedaan als we iets gedaan hebben," voegde Bobbie er bn".

„Zeg, Perks," zei Peter op eens, „dat is niet eerlijk. Menschen die slechte dingen gedaan hebben, groote misdadigers, worden zelfs niet gestraft voordat ze weten waarom — alleen in Rusland —"

„Wat weet ik van Rusland?"

,JJaar weet je wèl wat van! Moeder is toch eergisteren naar het station gegaan, alleen om jou en mijnheer Gills alles van onzen Rus te vertellen."

„Kun je begrijpen!" viel Perks verontwaardigd uit. „Denk je soms, jongeheer, dat de Chef mn' zal vragen om op zijn bureau te komen en mij een stoel presenteert om te luisteren naar wat uw Ma te vertellen heeft?"

„Maar — heb je er dan niets van gehoord?"

Geen woord. De heb eenmaal de vrijheid genomen iets te vragen, maar ik kwam van een kouwe kermis thuis, hoor! „Staatszaken, Perks," zei de Chef. Maar ik had stellig gedacht dat een van jullie wel eens hier zou zijn gekomen om mij een woordje te vertellen. Je bent er gauw genoeg bij, als je iets van Perks hebben moet;" (Phyllis bloosde tot achter haar ooren, toen ze aan de aardbeien dacht), „als jullie wat weten wilt van machines of seintoestellen, of net gelijk wat, dan is Perks goed genoeg, hè?" eindigde de gegriefde kruier.

„Maar wij wisten toch niet, dat jij 't niet wist."

„We dachten immers dat Moeder 't je verteld had."

„We zouden 't je wel graag verteld hebben, maar we dachten dat het toch allemaal oud nieuws zou wezen."

Zoo verdedigden ze zich alle drie tegelijk.

„Mooie praatjes," bromde Perks en hield zijn krant nog altijd hoog op. Toen trok Phyllis het blad opeens weg en sloeg haar armen om zijn hals.

„Toe, laten we weer goeie vrinden zijn?" verzocht ze. „We zullen wel eerst zeggen, dat het ons spijt, maar heusch, wezenlijk we wisten niet, dat jij "t niet wist"

Sluiten