Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 98 —

„O, ja," zei Bobbie, „scheur hem maar gerust in reepen als je wüt. Als we den trein niet kunnen ophouden, Phil, moet er immers wel een vreeselijk ongeluk gebeuren, met menschenlevens te betreuren! Denk eens aan al de dooden en gewonden! O, yreeselnk! Hier, Peter, dat krijg je nooit kapot, door den band heen!"

Ze nam hem haar rok af en begon dien vlak onder den band af te scheuren; toen die van Phyllis net zoo.

„Mooi!" zei Peter, ook scheurende en eiken rok in drieën deelende. „Ziezoo, dat zijn zes vlaggetjes" — hij keek weer op zyn horloge — „en we hebben nog zeven minuten. Nu nog vlaggestokken."

Jongenszakmessen zijn haast altijd van een soort van staak dat niet scherp blijft; de takken moesten dus van de struiken langs de baan afgebroken en afgerukt worden; twee gingen er met wortel en al uit. Toen ze er de bladen afgestript hadden, zei Peter: „We moeten gaatjes in de vlaggen snijden en de lappen daaraan vastmaken."

Het mes was gelukkig wel scherp genoeg, om er flanel mee te kunnen snijden. Twee van de vlaggetjes werden in een hoopje steenen vastgezet, tusschen de dwarsliggers van het eene spoor. Daarop namen Phyllis en Roberta elk een vlaggetje, gereed het zoo hard mogelijk te zwaaien, zoodra de trein in 't gezicht zou komen.

„De mag er twee," zei Peter, „omdat ik het eerst bedacht heb: „als we maar wat roods hadden."

,J3at 's flauw; 't zijn onze rokken," begon Phyllis, maar Bobbie viel haar in de rede met: „Och, wat hindert het wie er een of twee zwaait, als we den trein maar kunnen redden."

„Misschien had Peter niet precies berekend hoeveel minuten de trein van 11.29 zou noodig hebben om van 't station de plaats te bereiken waar zij op post stonden; misschien ook was de trein wat laat. In ieder geval viel hun de tijd verbazend lang. Phyllis werd ongeduldig. „De denk dat dat horloge niet

Sluiten