Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 100 —

gezien. Ze hoorden hem luid snuiven en puffen.

„Houd op, och, toe, houd toch op! Houd toch opP' gilde Bobbie, maar niemand hoorde haar. Tenminste Phyllis en Peter niet, want het gedaver van den trein overheerschte het geluid van haar stem geheel. Maar Bobbie had later een verwarde voorstelling alsof de machine zelf haar moest gehoord hebben, 't Leek werkelijk zoo, want ze begon opeens haar vaart te temperen, ging al langzamer en langzamer en hield eindelijk stü, geen tien meter van de plaats waar Bobbie's beide vlaggetjes over de üjn gewaaid hadden. Hoewel ze de groote, zwarte locomotief zag stoppen, kon ze nog niet met wuiven ophouden, en terwijl de machinist en de stoker al van hun machine geklommen waren, en Peter en Phyllis hun in kleuren en geuren het verhaal vertelden van die vreesetijke bergstorting daar juist om den hoek, stond Bobbie aldoor te zwaaien, maar steeds zwakker, met onregelmatige schokj es.

Toen de anderen naar haar omkeken, lag ze dwars over de rails, haar armen vooruit en de stokken met de kleine roode vlagjes nog krampachtig in haar handen geklemd.

De machinist nam haar op, droeg haar naar den trein en legde haar op de kussens van een eerste klasse coupé.

„Arme meid; flauw gevaUen," zei Inj. „Geen wonder ookl Be zal even naar dien zandhoop van jullie gaan kijken en jullie dan naar 't station terugbrengen; daar kan beter voor je zusje gezorgd worden.''

't Was iets vreesehjks Bobbie zoo bleek en stil te zien liggen, met haar witte lippen een eindje van elkaar.

„Zouden doode menschen er net zoo uitzien?" fluisterde Phyllis.

„Hou je mond!" zei Peter kortaf.

Terwijl ze angstig bij Bobbie op de roode kussens zaten, stoomde de trein terug, maar eer ze het station bereikten, had Bobbie gelukkig haar oogen opgeslagen en heel diep gezucht; daarna draaide ze zich op de bank om en begon te schreien. Dit monterde de anderen verwonderlijk op. Ze hadden haar meer zien schreien — maar flauwvallen

Sluiten