Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Voor moed en beleid.

De hoop, dat jullie 't niet vervelend vindt een heele boel over Roberta te hooren. Eindelijk begin ik hoe langer hoe meer van haar te houden. Hoe meer ik van haar hoor en zie, hoe aardiger ik haar vind. Ik merk telkens van die kleine dingen in haar op, die mfi aantrekken.

Zoo was ze bijvoorbeeld altijd even verlangend iedereen een pleziertje te doen, en kon ze bizonder goed een moeilijk geheim bewaren. Ook verstond ze de kunst een ander zoo stilletjes te laten voelen, dat ze medelijden met hem had of aan hem dacht. Dat klinkt nu een beetje saai, is 't niet? Maar het is toch niet zoo saai als het klinkt. Het beteekent dat iemand heel goed begrijpen en voelen kan, dat je verdriet of narigheid hebt, zonder je te hinderen door telkens te zeggen, hoe het haar spijt en hoe 'n medelijden ze wel met je heeft. — Die gaven bezat Bobbie. Ze wist, dat Moeder ongelukkig was — en dat Moeder hun de reden niet zeggen kon of wilde. Daarom was ze altijd maar zoo Hef voor Moeder als ze kon, zonder haar ooit door een woord te verraden,'dat ze maar aldoor dacht: „Wat heeft Moeder toch; waarom is ze dikwijls zoo verdrietig?" Dat is niet makkelijk — lang niet zoo makkelijk als jullie misschien wel denkt, maar ieder mensch kan er zich in oefenen. Wat er ook gebeurde — en er kwamen telkens heel prettige, gezellige, gewone dingen voor: zooals picnics, spelletjes, of iets lekkers bij de thee, had Bobbie toch altijd diezelfde gedachten bij zich: Moeder heeft verdriet. Waarover toch? Ik wou, dat ik 't wist. Maar Moeder spreekt er liever niet over.' Dan

Sluiten