Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 109 —

gewichtigen dag in den trein hadden gezeten. Allereerst hun eigen oude heer, die weer een heel andere jas en hoed en boord scheen aan te hebben dan al die andere heeren. Hn" schudde hun de hand, en toen ging iedereen zitten en begon een heer met een bril op — later hoorden ze, dat het de Inspecteur van Weg en Werken was — een lange, lange speech — erg knap van hem! Ik zal die speech maar niet opschrijven. In de eerste plaats niet, omdat je het vervelend zoudt vinden, en in de tweede plaats, omdat de kinderen telkens zoo moesten blozen onder de vleiende toespraak en zulke warme ooren kregen, dat ik maar bever over dit gedeelte heenwip; en in de derde plaats, omdat de heer zooveel woorden gebruikte, om te zeggen, wat hn" te zeggen had, dat ik heusch geen tijd heb ze allemaal op te schrijven. Hij zei allerlei vriendelijkheden over de dapperheid en de tegenwoordigheid van geest der kinderen, en toen het uit was, ging hn" zitten en riep iedereen, in de handen klappend: „Bravo, bravo!"

Toen stond de oude heer op en zei ook allerlei dingen; 't leek erg veel op een prijsuitdeeüng op school, en toen riep Irij de kinderen beurt om beurt bn" hun naam en gaf hun elk een mooi gouden horloge. En in die horloges stond gegraveerd, onder den naam van den eigenaar of eigenares:

„Van de Directie der Staatsspoorwegen, uit erkentelijkheid voor haar (of zjjn) moedig en verstandig gedrag op den 17den Juli 19..."

De horloges waren zoo mooi als je ze maar met mogelijkheid verlangen kon, en elk had een keurig blauw leeren étuitje, waar het thuis in kon liggen.

„Nu moet jij ook een toespraak houden om iedereen te bedanken voor de vriendelijkheid," fluisterde de Chef Peter in en schoof hem al naar voren. Begin maar: „Dames en Heeren."

De kinderen hadden natuurlijk alle drie behoorlijk bedankt.

Sluiten