Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 114 —

met 'n edelen zwier zijn hoed afnam. „En zal ik je nu eens vertellen wat ik van jullie vind?"

„O, alstubHeft niet," zei Bobbie haastig. „Als het iets leelijks is, wou ik maar liever niet dat u 't zei, en als het iets aardigs is, wou ik toch ook maar liever niet dat u t zei."

De oude heer begon te lachen.

„Nu, dan zal ik alleen maar zeggen dat ik heel bhj ben dat jullie me dit kwamen vragen; héél bhj. En 't zou mij niet verwonderen als ik binnenkort iets voor hem te weten kon komen. Bx ken verscheiden Russen in Londen, en iedere Rus kent hém bn* naam. Maar vertel me nu < eens alles van jullie zelf."

Hij keerde zich naar de anderen, maar er was nog maar één andere; PhyUis was verdwenen.

„Vertel me nu eens wat over jullie zelf," zei de oude heer tegen Peter, waarop Peter, heel begrijpelijk niets wist te antwoorden.

„Kom, dan zuUen we eens examentje spelen," zei de oude heer. „Jullie gaat met je beidjes hier op de tafel zitten en ik op de bank voor julüe."

Toen begon hy te vragen en kwamen er allerlei bizonderheden voor den dag — de naam en de betrekking van hun vader — hoe lang ze op „Spoorzicht" gewoond hadden en nog van allerlei.

De exuminator begon ten slotte aUerlei grappige vragen te doen, als: „Wat is zwaarder een pond lood of een pond veeren?" en „Hoeveel appels gaan er in een mud?" toen de deur der wachtkamer door een laars werd opengeschopt, waar de veter los bn' hing, en PhyUis heel langzaam, heel voorzichtig binnenkwam.

In de eene hand droeg ze een groote tinnen kan en in de andere een dikke gesmeerde boterham.

„Voor u!" kondigde PhyUis vol trots aan, terwijl ze den ouden heer de kan en de boterham toestak.

,J)at ?s geen gekheid! Is het heusch voor mij?"

Sluiten