Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 131 —

Bill volgde eenige minuten later en sloeg een taal uit die de kinderen niet eens goed begrepen. Hij sprong op het dek, putte gauw eenige emmers water, waarbij Peter hem hielp, en had het smeulende vuur in een ommezien gedoofd, terwijl Phyllis, de schippersvrouw met haar kind, en even later Bobbie ook — dicht op elkaar aan den oever gezeten — er naar keken.

„Onze lieve Heer help me, als ik iets heb achtergelaten dat in brand kon raken," zei de vrouw telkens weer.

Maar ze was er onschuldig aan. BUI had zijn pijp uitgeklopt en een paar vonken op het vloerkleedje laten vallen, dat een tijdlang gesmeuld en eindelijk vlam gevat had. Hjj was een streng en een driftig, maar ook een rechtvaardig man, en hij gaf zijn vrouw niet de schuld van wat hij zelf misdaan had, zooals veel schippers, en ook andere mannen, gewoon zijn te doen.

Moeder was half radeloos van angst, toen de drie kinderen eindelijk op „Spoorzicht" aankwamen, alle drie bijna even nat; 't scheen wel dat Peter aan de anderen had afgegeven.

Maar toen ze de waarheid als 't ware had losgewikkeld uit hun drukke, verwarde en onsamenhangende verhalen, gaf ze toe dat ze heel goed gehandeld hadden, ja, onmogelijk anders hadden kunnen doen. Ook maakte Moeder niets geen bezwaar tegen de hartelijke invitatie van den schipper, die by "t afscheid gezegd had: „Zorg jullie maar dat je hier morgenochtend prompt om zeven uur bent, dan zal ik je heelemaal meenemen, heen en terug Farley; zonder dat het jullie een cent hoeft te kosten. Negentien verlaten door!"

Ze wisten wel niet wat verlaten waren, maar ze stonden natuurhjk vóór zevenen op de brug, met boterhammen met kaas, een halve ontbijtkoek en een groot stuk schapebout in een mandje, bij zich.

't Was een héérlijke dag! Het oude witte paard voor

Sluiten