Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 139 —

het kantoortje gaande waar het klaar stond. Het was vol dikke, roode kruisbessen.

„De dacht zoo, dat Perks zhn kinderen daar wel veel van zouden houden," zei ze.

„Wat aardig van u!" riep Phyllis haar armen om het dikke middel van de juffrouw slaande. „Wat zal Perks daar bUj mee zn'n!"

„Niet half zoo blij, als ik was met dat mooie naaldenboekje en het dasje en de mooie rozen en alles," zei de oude juffrouw, terwijl ze Phyllis op den schouder klopte. „Jullie zn'n heve kinders, dat zijn jullie. Maar luister 's. Ik heb nog een kinderwagen achter in het houtschuurtje staan. We kochten hem indertijd voor het meisje van onze Emmie, maar de kleine werd niet ouder dan een half jaar, en ze heeft er nooit meer een gehad. Nou zou ik die wel graag aan juffrouw Perks cadeau doen. 't Zou haar zoo goed te pas komen met dien zwaren jongen van haar. Wil jullie hem meenemen?"

„Nou!" riepen de kinderen, alle drie tegelijk.

Toen juffrouw Ransome het wagentje te voorschijn gehaald, er de papieren, waarin het voorzichtig bewaard stond, afgehaald en het netjes afgestoft had, zei ze: „Ziezoo, neem hem nu maar mee! Ik had hem haar eigenhjk wel veel eerder kunnen geven, als ik er aan gedacht had. Maar ik wist toch ook niet, of ze hem wel van me had willen aannemen. Jullie moet haar maar vertellen dat hn" van 't kindje van onze Emmy geweest is —."

„Wat prettig, hè, dat er nu weer eens een echt, levend kindje in zal komen!" riep Phyllis.

„Ja," zei juffrouw Ransome met een zucht en een glimlach. „Wacht, ik zal jullie nog wat pepermuntballetjes voor de kleintjes meegeven, en maak dan maar gauw dat je wegkomt, of ik geef jullie de kleeren van mijn lijf en het dak boven mijn hoofd nog mee."

Al de schatten die ze voor Perks verzamelden, werden in het wagentje gelegd, en om half vier reden Peter, Bob-

Sluiten