Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 141 —

jes naar de vreemde indringers te gluren. Er ontstond een akelige, benauwende stilte.

„Vindt u 't niet pleizierig?" vroeg Peter weer, terwijl zjjn zusjes juffrouw Perks op den rug klopten.

' En even plotseling als ze begonnen was, hield ze op met schreien.

„Och, let er maar niet op," zei ze. „Er scheelt me niets. Of ik 't niet plezierig vind? Wel lieve kinders, Perks heeft nog nooit in zijn leven zoo'n mooien verjaardag gehad, zelfs niet toen hn* nog een jongen was bij zijn oom thuis, die een graanhandel had en eigen zaken deed. Later ging hij over den kop. Plezierig? Nou!'' — en toen praatte ze maar aan één stuk door en zei allerlei Vriendelijke dingen, die ik maar niet opschrijf, omdat ik zeker weet dat Bobbie en Peter en Phyllis dat niet prettig zouden vinden. Hun ooren werden al maar warmer en hun wangen rooder, van al de aardige en dankbare dingen die juffrouw Perks zei. Ze voelden dat ze al dien lof lang niet verdiend hadden.

Eindelijk zei Peter: „Nou, we zijn heel blij dat u alles zoo mooi vindt, maar als u zoo doorgaat, loopen we weg; en we wilden zoo graag blijven, om te zien of Perks zelf ook blij is.**

„Dan zal ik er geen woord meer over zeggen," zei juffrouw Perks met een stralend gezicht, „maar wat ik denk, kan ik niet helpen, hè? Want als ik ooit "

„Wilt u ons wel een bord voor de krentenbroodjes geven?" vroeg Bobbie opeens. En toen begon juffrouw Perks gauw de tafel te dekken en werden de krentenbroodjes en de honing en de kruisbessen op borden en schaaltjes uitgestald, en de rozen kwamen in twee jampotten te staan, en toen zag de theetafel er uit „om een Koning op te onthalen," zooals juffrouw Perks betuigde.

,,'t Is zonde," zei ze, „dat een mensch nou toevalhg juist alles zoo gauw mogelijk aan kant moest maken en de kinders uitsturen om wat bloemen in 't veld te plukken, én

Sluiten