Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 149 —

gezicht vertoonende, dat juist bezig was van heel boos, heel vriendelijk te worden. „Ik ben geloof ik nog nooit zoo in ntijn schik geweest. Niet zoozeer om de presenten — maar ze zijn anders prachtig! — als wel om de vriendschap van onze buren. Dat's een mooi ding, wat, Nel?"

„De vind aUes even mooi," zei juffrouw Perks, „en als je 't mij vraagt, moet ik zeggen dat je een heele drukte om niks hebt gemaakt, Bert."

„Dat's niet waar," zei Perks beshst; „als een man niet zelf op zijn goeien naam past, zal een ander het zeker niet voor hem doen."

„Maar iedereen heeft toch achting voor je; dat hebben ze immers allemaal gezegd," zei Bobbie.

„Dr. wist wel dat je het toch prettig zou vinden, als je 't eerst maar eens goed begreep," juichtte PhyUis.

„Ja, ja," zei Perks, nog wat met zijn houding verlegen. „Blijven jullie theedrinken?"

Later stelde Peter de gezondheid in van den jarige en dronk Perks op de gasten, eindigende met: „Moge de bloem onzer vriendschap altijd bloeien!" De kinderen vonden het prachtig en hadden niet gedacht dat Perks zoo dichterlijk kon worden.

„Best soort kinderen," zei Perks tegen zijn vrouw, toen ze naar bed gingen.

„O, wat dat betreft, zoo hef en goedhartig als 't maar hoeft," antwoordde zqn vrouw. „Maar jij was een ouwe brompot. Dr. heb me over je geschaamd, Bert, dat zeg ik je — 't deed me zeer voor die —"

„Nou, nou, ouwe, ik draaide immers dadelijk bij, toen ik merkte dat het geen liefdadigheid was. Want met de hefdadigheid wü ik nooit iets te maken hebben; nou niet en nooit!"

Wat werden er veel menschen gelukkig door het vieren van dien eenen verjaardag! Perks en juffrouw Perks en

Sluiten