Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 155 —

„Ik kan nooit wieden, want dan trek ik er misschien juist het verkeerde uit; 't is eigenhjk wel makkelijk; 't haalt me een heeleboel werk uit," zei ze.

Peter zaaide groentezaad in 't zijne — worteltjes, uien en knollen. Hij had het zaad gekregen van den boer, die in het wit gepleisterde huis, net even over de brug woonde; hij hield kalkoenen en kippen en was altijd heel vriendelijk. Maar Peter"s groenten had niet veel gelegenheid te groeien, omdat hij zn'n tuintje 't liefst gebruikte om er kanalen door te graven en versterkingen in op te werpen voor zyn tinnen soldaten; en groentezaad ontkiemt nu eenmaal slecht in een bodem, die telkens voor oorlogsdoeleinden en irrigatiewerken omgewoeld wordt.

Bobbie zette rozenstruikjes in haar tuin, maar al de teere, nieuwe blaadjes verschrompelden en verwelkten, misschien wel omdat ze ze in Mei uit een ander gedeelte van den tuin overbracht, een heel slechte tijd van 't jaar om rozen te verplanten. Bobbie wilde niet toegeven, dat ze dood waren en hoopte, tegen beter weten in, totdat Perks eens op een middag naar de tuintjes kwam kijken, en haar ronduit vertelde, dat er „geen aasje leven meer in zat." Net goed om een vuurtje van te stoken, jongejuffrouw. Graaf ze 'r maar uit, dan zal ik u wel eens wat versche plantjes uit mijn tuin halen: wat viooltjes en muurbloemen en primula's; ik zal ze morgen meebrengen; zorgt u maar dat u den grond heeft omgespit."

Den volgenden dag ging Bobbie dus aan 't werk; 't was juist dienzelfden dag waarop Moeder haar en de anderen geprezen had, dat ze zoo weinig kibbelden. Ze haalde de doode rozen uit den grond en gooide ze op den vuilnishoop achter in den tuin.

Onderwijl was Peter op 't idee gekomen, zijn fort en zijn wallen te slechten en liever de spoorbaan in 't klein na te maken: met tunnel, uitgraving, aquaduct, kanaal, brug en alles.

Toen Bobbie dus van haar laatste reis met de doode,

Sluiten