Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 160 —

„Zoo," bromde Peter.

,,'t Was toch eigenlijk mijn schuld," zei Bobbie. „Onzin!" zei Peter.

„Als we geen ruzie hadden gemaakt, zou het niet gebeurd zijn. En ik wist best dat we eigenlijk niet mochten kibbelen, en ik wou het ook wel laten, maar ik kon niet."

„Zanik niet," zei Peter. „Net of ik zou zijn opgehouden, al had jij 't gewild! En dat wij vochten, had er ook eigenhjk niets mee te maken. Bx had mijn voet net zoo goed onder den schoffel kunnen krijgen, of mijn vingers onder de stroosnijmachine, of mijn neus kunnen verhezen met vuurwerk afsteken. En ik zou me net evenveel pijn hebben gedaan, of we gekibbeld hadden of niet.''

„Maar ik wist toch zoo goed dat we niet moesten kibbelen," zei Bobbie in tranen, „en nou heb jij zooveel pijn en —*

„Toe — zeg, hou nou alstjeblieft je mond," zei Peter geprikkeld. „Als jij niet oppast, zul je nog een echt vervelend oud wijf worden, met al je braafheid."

„Bx wil geen oud wijf worden," snikte Bobbie; „maar het is zoo vreesehjk moeilijk, om goed te zijn en niet vervelend goed te zijn."

„Nou," zei Peter bedaarder, ,,'t Is in elk geval maar gelukkig, dat jij de hark niet in je voet hebt gekregen. Bx ben er bhj om, dat ik het trof. Wezenlijk! Als jij bier had moeten liggen, zou je net zoo'n engelachtig braaf kind uit een Zondagsschoolboekje geworden zijn, zoo'n lijdende, geduldige zieke, zoo'n halve heiüge, die dan nog het zonnetje is voor 't heele gezin, of weet ik wat voor fraais. Bx zeg je, dat ik zooiets niet zou kunnen uitstaan."

„Maar zoo zou ik toch niet geweest zijn!"

„Jawel, dat zou je vast!" zei Peter.

„Dat's niet!" „Dat's wel!"

„O, kinderen!" klonk Moeders stem aan de deur. „Alweer aan 't kibbelen?"

Sluiten