Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 171 —

„Och, kind, dat 's immers maar op een plaatje! Heb jn" er ooit een in werkelijkheid gezien met een brief aan znn hals?"

„Een duif wel; tenminste Vader heeft er wel eens een gezien. Duiven hebben ze alleen maar onder hun vleugels, niet om hun hals, maar dat is toch precies hetzelfde, en "

»Zeg," viel Bobbie haar in de rede, „er wordt hier morgen een snipperjacht gehouden."

„Door wie?" vroeg Peter.

„De jongens van 't instituut. Perks dacht dat de haas eerst langs de spoorbaan zou komen. We konden wel eens naar de uitgraving bn' den tunnel gaan. Daar heb je zoo'n mooi ver uitzicht."

De snipperjacht bleek een vreedzamer en prettiger onderwerp van gesprek dan het al of niet kunnen lezen van zwaluwen. Daar had Bobbie wel hoop op gehad. ABe drie de kinderen waren er van vervuld, en den volgenden morgen het Moeder hun hun boterhammen meenemen om naar de snipperjacht te gaan kijken.

„Als we naar de uitgraving gaan," zei Peter, „zien we in elk geval het werkvolk, al missen we de snipperjacht."

Er was natuurlijk vrij veel tijd mee gemoeid om de spoorbaan vrij te maken van de kolossale rotsklompen, de aardmassa en de boomen en struiken, die de kinderen op dien gewichtigeh ochtend van boven neer hadden zien storten, 't Is altijd interessant naar menschen te kijken die druk aan 't werk zijn, vooral wanneer ze met spaden en houweelen en planken en kruiwagens aan den gang gaan; wanneer er van die ijzeren potjes met gloeiende kolen en ronde gaten er in, aan te pas komen, en er "s nachts roode lantaarns bij moeten gezet worden. De kinderen waren 's avonds laat wel nooit uit geweest, maar eens op een keer was Peter, uit het raam van zijn slaapkamertje, op het platte dak geklommen, en had hij, heel in de verte, dicht bn' den rand van de uitgraving, het roode licht zien schijnen. Al een paar maal hadden ze aUe drie bij het werk staan Idj-

Sluiten