Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 200 —

„Ik kwam hier eigenlijk binnen," zei dr. Forrest, „om te kijken of ik een van jullie mee kon krijgen naar de apotheek. Er zn'n een paar dingen die je moeder dadelijk noodig heeft, en ik heb mijn knecht juist een dag vrijaf gegeven om naar het paardenspel te gaan. Loop ju* even met me mee, Peter?"

Peter volgde den dokter zonder znn zusjes een woord of een blik waardig te keuren.

Zwijgend stapte het tweetal het veld door naar het hekje, dat toegang gaf tot den grooten weg. Daar gekomen vroeg Peter: „Zal ik uw tasch dragen, dokter? — Nou, die is zwaar, hoor! Wat zit er in?"

„O, messen en lancetten en allerlei instrumenten om menschen mee te pijnigen, en een fleschje met aether. Ik moest hem wat aether laten ruiken, weet je; de jongen had ontzettend veel pijn."

Peter zei niets.

„Vertel me eens precies hoe jullie dien jongen feitelijk gevonden hebt."

Peter deed het heele verhaal, en toen vertelde dr. Forrest hem verhalen van moedige reddingen; hij was toch een allerleukste man, vond Peter weer, altijd had hij wat interessants te verteUen.

In de apotheek wachtende, was Peter beter dan ooit in de gelegenheid de balans, de microscoop en de maatglazen te bekijken*

Toen al wat Peter mee moest nemen klaar en ingepakt was, zei de dokter opeens: „Je neemt me niet kwalijk dat ik er me mee bemoei, hoop Uc, maar ik wou graag eens een woordje met je spreken."

„Nou komt het standje los!" dacht Peter, al verwonderd dat hij er tot nu toe aan ontsnapt was.

„Over iets wetenschappelijks," voegde de dokter er bij.

„O," zei Peter, die met het versteende weekdier speelde dat de dokter als presse-papier gebruikte.

„Je weet, mijn jongen, dat de man voor het harde, ruwe

Sluiten