Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 203 —

aanhooren, omdat je toch maar zoo'n arme, zwakke, bange, kinderachtige —"

„Houd je mond, of ik trek je aan je haar," dreigde Phylhs, op hem toevliegend.

„Hy heeft gezegd dat het vrede zou zyn," zei Bobbie, haar wegrukkende. „Zie je dan niet," fluisterde ze haar zusje in, toen Peter met de mand de deur uitstapte, „dat hn" er eigenhjk wel spijt van heeft, maar *t alleen maar niet bekennen wil. Toe, laten we maar zeggen dat wij er ook spijt van hebben."

„Verbeeld-je; ik wil niet zoo'n heilige boon wezen," zei PhyUis. „Hij heeft toch gezegd dat we vrouwelijke dieren waren, en laf en teer en overal bang voor "

„Nu, laten we hem dan eens toonen dat we niet te laf zijn om door hem voor heilige boonen te worden aangezien," zei Bobbie; „en als wij dieren zijn, is hij er ook een."

Toen Peter even later terugkwam, nog met zjjn kin in de lucht, zei Bobbie: ,,'t Spn't ons, dat we je hebben vastgebonden, Peter."

„Dat dacht ik wel," zei Peter hoog.

Dit maakte het excuus niet makkelijk, maar Bobbie hernam moedig: „Nu, dan is 't nu alles weer gewoon, hè?"

„Bc zei immers al dat het vrede was, toen Uc thuiskwam," zei Peter op beleedigden toon.

„Goed," zei Bobbie, „laat het dan ook vrede zyn. Kom, Phyl, wij gaan voor de thee zorgen. Peter, leg jij het servet vast neer."

„Zeg, Peter," begon PhyUis, toen de vrede werkelijk geteekend was, (niet voor ze bezig waren de theekopjes af te wasschen), „dr. Forrest heeft toch niet echt gezegd dat we vrouwelijke beesten waren, is 't wel?"

.Jawel," zei Peter, „maar ik geloof wel, dat bü bedoelde dat wij mannen ook wüde beesten zyn."

„Wat gek!" zei PhyUis, terwijl ze meteen een kopje brak.

Sluiten