Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 213 —

Bobbie.

Als die jaartallen niet bestonden, Vond ik geschiedenis niet zoo naar, Maar 'k haal al die oude datums Zoo wanhopig door elkaar. Wat kan mij 't ook eig'lijk bommen, Wie den Franschen troon besteeg, En of Oostenrijk of Spanje Er een stukje land by kreeg. Reeknen, dat 's een lekker vak! Sommen maak ik met gemak!

Phyllis.

Wat een misselijke sommen

Van die knikkers en dat geld!

't Komt niet uit, want "k weet het antwoord;

*k Heb 't al zóó vaak opgeteld!

En die van die lamme appels

Is ook fout, tenminste aan 't end,

Hoe 'k ook tel en tel en uitvlak,

'k Houd maar zeven repetent.

O, is 't niet om dol te worden?

Niemand heeft 't zóó zuur als ik,

Mocht ik maar Latijn gaan leeren,

Dan was 'k zeker in mijn schik.

Zoo'n aardigheid maakte de lessen natuurlijk veel prettiger, 't Is net of het een beetje helpt, als de persoon die je les geeft, zelf begrijpt dat het niet altijd zoo van een leien dakje voor je gaat, en het niet enkel domheid is, die je het lessen leeren moeilijk maakt.

En een poosje later, toen Jim's been beter werd, was het heerln'k naar verhalen van zijn school te luisteren. Er was daar één jongen, die Jacob Parr heette en voor wien Jim een grenzenlooze minachting scheen te hebben, en een andere jongen, de kleine Wigsby, voor wiens opinies Jim grooten eerbied koesterde. Ook waren er drie

Sluiten