Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

geen uitbuiting meer plaats heeft. Deze verandering streeft ook de coöperatie na.

Dat 't een automatische verandering zal zijn is een onjuiste gedachte geweest, voortvloeiende uit verkeerd begrijpen.

De maatschappij kan in haar structuur zoo veranderen, is voor een belangrijk deel reeds zoo veranderd, dat zij voor het socialisme geschikt wordt. Maar ook de men» schen moeten die geschiktheid verwerven. In hun den» ken, hun willen, hun doen moet een groote verandering plaats hebben. Evenmin als een bewoner van de tro» pische landen, door zijn geringe behoeften, geschikt is als uitbuitingsobject van het kapitalisme dienst te doen — zooals hij is — evenmin is de arbeider opgegroeid in het stelsel van allen tegen allen geschikt voor het socia» lisme — zooals hij is. In het nieuwe woordenboek moet het ik met zeer kleine, het wij met zeer groote letters worden geschreven. Het allen voor een, en een voor allen moet de plaats innemen van het ieder voor zich. Dat wat de verhouding der menschen onderling betreft. Ook in het productieproces zal de plaats van de enkeling een andere worden. Hij zal dus meer worden dan het verlengstuk van de machine, hij zal weer worden heer» scher over de productiemiddelen. Zonder ervaring, en zonder nadenken blijft die heerschappij een frase. Dan zullen anderen voor hem en vervolgens over hem heer» schen. De arbeider moet dus leeren zijn eigen aangele» genheden te regelen. Die leerschool is de coöperatieve beweging. En zij is een harde doch rechtvaardige leer» school. Arbeiders zijn geen engelen, daarvoor zijn ze op andere plaats opgegroeid dan in den hemel. In de coöperaties moeten arbeiders arbeiders besturen, het werk van de gezamenlijke arbeiders regelen. Het gebeurt dat arbeiders, arbeiders tot hun plicht, tot het besef van hun plicht moeten brengen. Slechts enkelen durven dat. Maar de noodzakelijkheid doet hun dit leeren. Het gaat

Sluiten