Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

niet aan dat een enkele te weinig geeft aan en te veel neemt van den gemeenschappelijken maaltijd. In de coöperatie staan de arbeiders dag aan dag voor de practijk van het bedrijfsleven, en met vallen en opstaan leeren ze hun eigen aangelegenheden besturen.

Of de coöperatie alleen in staat zou zijn de sodalis* tische maatschappij te brengen, weet ik'niet, weet nies mand. Het is ook niet noodig dat te weten. Wij kunnen ons niet de weelde veroorloven een enkel werktuig bruiks baar voor den ombouw der maatschappij te verwaars loozen. Daarover zullen we dus niet strijden. Maar vast staat dat de arbeiders als kooper vrij is te gaan, waar hij wil en dat hij dus ook vrij is zijn koopkracht te organiseeren en georganiseerd aan te wenden. Dat de georganiseerde koopkracht een geweldige kracht is, wanneer deze doelmatig en doelbewust wordt aanges wend, zal niemand ontkennen. Klassebewuste arbeiders zullen niet anders kunnen. Arbeiders die dit laten zijn niet klassebewust, ze laten werktuigen ongebruikt liggen. Ze moeten bewust worden gemaakt. Sommigen zijn er die nog in oude denkbeelden gevangen zitten. Ze noes men de coöperatie bugerlijk, omdat ook nietssocialisten er in mee werken. Ze vergeten dat ook gemeenten bes stuurd worden in samenwerking, soms in zeer innige samenwerking zelfs, met burgerlijken. Maar in de coöpes ratje zijn deze burgerlijken idealisten die door de coöpes ratie een coöperatieve maatschappij willen nastreven. Ze doen minder kwaad en meer goed dan de arbeiders, die door hun inkoopen te doen bij den particulieren handel het kapitalisme steunen. Elke maatschappelijke daad heeft haar maatschappelijke gevolgen.

Eens, ja, was in ons land de coöperatie burgerlijk. Het was in den tijd toen de arbeiders nalieten zelf de coöpes ratie ter hand te nemen en deze overlieten aan menschen als mr. Treub, mr. Boudewijnse en anderen. Zij wilden de coöperatie gebruiken om van de leden kleine kapita»

Sluiten