Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

1. Socialisatie van alle bedrijven die daarvoor in aan» merking komen;

2. invoering van staatspensionneering op 60»jarigen leeftijd;

3. onverwijlde invoering van den wettelijken acht» urendag en van den zesurendag voor ondergrondschen mijnarbeid.

Het revolutiegevaar deed wonderen. Persorganen als de Nieuwe Roterdamsche Courant, Het Algemeen Hans delsblad e.d. betoogden als om strijd, dat aan het ver» langen van de arbeiders, naar een redelijken werktijd (den achturendag) tegemoet diende te worden gekomen. Dergelijke klanken waren voordien in deze persorganen nooit geuit. Door S. D.A. P. en N. V. V. was reeds jaren lang in samenwerking het pleit gevoerd voor den acht» urendag en geen demonstratie werd gehouden, zonder de leuze: invoering van den achturendag. Maar bij deze jarenlange en demonstratieve actie voor den acht»uren» dag was nooit, van welke zijde ook, medewerking onder» vonden.

Thans echter, onder de dreiging van het revolutie» gevaar, werden al de tegenstanders van den acht»uren» dag tot voorstanders bekeerd.

Toen in 1918 de eisch van den acht»urendag door de arbeiders met zooveel nadruk was gesteld, en Van regee» rings» en werkgeverszijde de billijkheid van dezen eisch werd beaamd, stond het N. V. V. voor de taak om door het voeren van een intensieve actie van de aangesloten bonden, den acht»urendag in de verschillende bedrijven tot werkelijkheid te maken. In de meeste bedrijven werd toentertijd tien uren per dag gewerkt. De bonden togen onmiddellijk aan het werk, zij wisten de medewerking te verkrijgen van de confessioneele vakorganisaties. De actie voor de invoering van den acht»urendag in het geheele bedrijfsleven van ons land werd met grooten ijver en voortvarendheid aangepakt.

Sluiten