Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Is armoede op het platteland noodzakelijk?

8

We hebben gezien, dat het grootste gedeelte van wie in het land» en tuinbouwbedrijf werkzaam zijn, armoede lijden. Somtijds groote armoede!

De vraag dringt zich nu op of die armoede noodzake» lijk is. Is ze onontkoombaar? Is de opbrengst van den geheelen Nederlandschen bodem zoo gering, dat een groot gedeelte van hen, die in dit bedrijf werken, tevreden moet zijn met een kommervol bestaan.

Men voelt: het is een vraag van beteekenis. Was de opbrengst inderdaad onvoldoende om allen een redelijk bestaan te waarborgen, dan zou men dit feit kunnen betreuren, maar men zou er tenslotte niets aan kunnen veranderen. Waar niet is, heeft zelfs de keizer zijn recht verloren 1

Om de vraag te kunnen beantwoorden, dient men twee dingen te weten:

1. hoe groot is de opbrengst?

2. over hoe velen moet dat verdeeld worden.

De opbrengst. Meer dan eens heeft de Directie van den Landbouw gepoogd de waarde van de geheele Nederlandsche bodemopbrengst te schatten.. Voor het laatst werd zulks gedaan met de opbrengst over het jaar 1923.1) De zuivere opbrengst werd over dat jaar geschat op 860 millioen gulden. Intusschen was 1923 een slecht' jaar. Voor 1924 b.v. werd de opbrengst, op den den grondslag van de berekeningen van de Directie van den Landbouw, door de landbouwbladen op 1000 millioen gulden geschat.

De werkkrachten. Het aantal landarbeiders bedraagt 394.000 Daaronder zijn 15.000 meisjes en ruim 50.000

x) Verslagen en Mededeelingen van de Directie van den Land* bouw. 1925, do. 2, ƒ1.10.

Sluiten