Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

Twee zaken dienen nu onder het oog te worden gezien. In de eerste plaats: hoe maken wij de opbrengst van den Nederlandschen bodem zoo groot mogelijk, in de tweede plaats: hoe wordt die opbrengst zoo redelijk mogelijk verdeeld onder hen, die in het productiesproces een rol spelen.

Dat het eerste van belang is, spreekt van zelf: hoe grooter de koek is, hoe grooter kan het stuk zijn, dat ieder krijgt. En dat het tweede van belang is, behoeft geen verder betoog voor hen, voor wie dit boekske geschreven is.

Van het eerste komt in de huidige maatschappij maar een droevig klein beetje tercht. Er kan ook niet veel van terecht komen, omdat in die maatschappij een aantal remmende factoren aanwezig zijn, die onher» roepelijk aan het privaatbezit verbonden zijn en die alleen kunnen worden opgeheven, wanneer de sodalis satie — het in gemeenschapsbezit brengen — heeft plaats gevonden. Enkele van die remmende factoren worden hier genoemd.

1. Waterbezwaar. Tal van gronden brengen bijna niets of maar weinig op, omdat ze last hebben van het water. Toen in den oorlogstijd het spook van den honger dreigde, heeft de directie van den Landbouw een uitgebreid onderzoek ingesteld naar de hoegroots heid van dit euvel. *) Het onderzoek bracht ontstellende toestanden aan het licht. „In Overijssel", zegt het Rapport, „is de toestand eenvoudig droevig en vooruitgang van den over het geheel achterlijken landbouw in dit gewest is alleen mogelijk, wanneer de afwate» ring beter wordt geregeld." Alleen in deze provincie ligt een oppervlakte van ten minste 20.000 H.A. zeer goede gronden, die, doordien zij een deel van het jaar

') De invloed van den waterafvoer op het Ntdertandtche Land* bouwbedrijf. 1917, ƒ0.58, 208 blz.

Sluiten