Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

wiens redelijk denken de Idee zichzelf herkent, weer tot zichzelf komt.

Staan de opvattingen van Heymans en Bolland onverzoenlijk tegenover elkander? Weersma heeft in zijn boek „Socialisme en Wereldbeschouwing" eene passage van Heymans aangehaald, waarin deze tot Bolland nadert. Zij luidt als volgt:

„Wanneer eens de wereld niet, zooals ik in alle vroegere stadiën van mijn denken aangenomen heb, zou moeten worden opgevat als eene veelheid van zelfstan* dige volstrekt van elkaar gescheiden lichamelijke of geestelijke wezens, maar als eene menigvuldigheid van inhouden van een enkel grondwezen, dan zou het niet meer ondenkbaar zijn, dat dit wezen zich ook in zijne bijzondere inhouden van de algemeene wetten van zijne werkzaamheid bewust bleef; of anders gezegd, dat de individueele mensch, omdat in hem slechts het wereld* wezen dacht, zich ook van de meest algemeene ge* dachten daarvan bewust kon worden."

De mensch, in wien het Wereldwezen denkt — de mensch, in wien de Idee zich van zichzelf bewust wordt: men ziet, hoe beide filosofen elkander hier dicht gena* derd zijn. Maar toch is er een groot verschil, dat typee* rend is voor beider denkwijze: bij Heymans komt deze overweging aan het eind, als eene mogelijkheid, waar* toe het beschouwen van alle ervaringsfeiten hem geleid heeft; bij Bolland is zij eene onafwijsbare eisch der rede.

Het spreekt wel vanzelf, dat in dit kleine boekje niet alle wijsgeerige stroomingen kunnen worden be* handeld. Enkele daarvan mogen nog worden vermeld. Vooreerst de geschriften van Bierens de Haan, die zich aanvankelijk bij S p i n o z a aansluit, maar later tot de Hegelsche denkwijze nadert. De meest systematische uiteenzetting zijner denkbeelden gaf hij

Sluiten