Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

in zijn boek „De weg tot het inzicht". Daarin vindt men niet alleen de formuleering van Heymans, dat alle werkelijkheid an psychischen aard is, maar ook de met H e g e 1 overeenstemmende uitspraak, dat het aan alle werkelijkheid te gronde liggende is de Idee, die zich van zichzelf onderscheidt als wereld en in die wereld tot zichzelf komt. Deze gronddenkbeelden zijn dan in zijne latere boeken nader uitgewerkt.

De filosofisch ongeschoolde, die kennis maakt met de filosofie uit de Hegelsche school en daarbij uitdruk» kingen verneemt als deze, dat al het bestaande is een denken dat zichzelf denkt, zal allicht het gevoel krijgen, dat deze geheele zichtbare en tastbare wereld hem door een filosofische goocheltoer ontfutseld wordt. Nog sterker krijgt hij misschien dat gevoel als hij kennis maakt met schrijvers an de z.g. Neo»Kantiaansche rich» ting, waarvan Prof. O v i n k hier te lande de academi* sche leider is. Deze richting gaat uit van de theorie van Kant, dat in onze kennis bestanddeelen worden aange» troffen, die wij niet van buiten af, maar uit onszelf hebben. Kant erkende echter toch nog iets buiten onszelf, onafhankelijk van het denken bestaande: de dingen op zichzelf (Dinge an sich). De NeosKantianen achten dit eene inkonsekwentie. Evenmin als Hegel en zijne volgelingen willen zij deze „dingen op zichzelf" erkennen, maar dan bestaat de geheele wereld ook slechts als inhoud van ons denken. Zoo komt Dr. Snethlage, een der woordvoerders dezer richting, tot uitspraken als: „De natuur is niets anders dan de natuurwetenschap." „De geschiedenis is ident met de geschiedeniswetenschap." „De psyche (ziel) bestaat alleen in den vorm der psychologie' (zielkunde) enz.

Het kan natuurlijk in dit kleine boekje mijne taak niet zijn, deze verschillende wijsgeerige richtingen te kritiseeren; ik moet mij ertoe bepalen ze aan te wijzen. Hij, die tracht deri gedachtengang van verschillende

Sluiten